Bali
- Je voelt de wind en de warmte aan je lijf
- Je krijgt meteen contact met de lokale bevolking
- Je komt in kampongs en desa`s, waar de doorsneetoerist niet komt
- Je gaat op in de natuur: de sawa`s, de prachtige zandstranden, de koffie-, cacao- en bananenplantages, de tropische wouden en de jungle
- Je ruikt de geuren van de bloemen en wierook, maar ook de uitlaatgassen van de talrijke brommertjes
- Je ziet het dorpsleven, de hardwerkende mensen, de armoede, de badende mensen in de stromende beekjes, de wassende vrouwen, de waterbuffels in de rijstvelden
- Je ontmoet apen op je pad, die soms brutaal kunnen zijn
Vriendelijke mooie mensen met een brede lach op hun gezicht, die je altijd en overal toeroepen, die zo graag een praatje met je willen maken, graag alles willen weten en die ondanks hun armoede nog een blijheid uitstralen.
Vanweg de grote armoede worden ook kinderen ingezet om toch wat meer inkomen te verwerven. Kinderarbeid of gewoon je vader en moeder meehelpen, het is maar net hoe je het beschouwd. Door dat extra-tje inkomen wordt het mogelijk de school te betalen.
De omgeving van Ubud biedt een wonderschoon en afwisselend landschap. Hier bevinden zich ravijnen, rijstvelden, tropische bossen en authentieke dorpjes.
Alle Balinezen verklaarden ons voor gek. "Wie gaat er nu fietsen ? Dat doe je toch alleen als je arm bent". Ze vonden het heel zielig voor ons. Heel vaak werd ons dan ook gratis transport aangeboden. Fietsen zie je niet op Bali. De enige fietsen, die je ziet, zijn roestige oude wrakken uit de koloniale periode. Die worden alleen gebruikt om zware lasten mee te vervoeren.
Fietsend of wandelend over goede en zeer slechte wegen. Contacten zijn snel gemaakt, er is altijd wel tijd voor een praatje, zelfs het werk wordt er voor stil gelegd.