Bali
Kind zijn op Bali is en voorrecht. Ze worden door ouders dan ook meer dan verwend. Een baby wordt gezien als God, ook een klein kind staat nog heel dicht bij God. De eerste 210 dagen na de geboorte wordt een kind gedragen. Immers de voetjes van een kind mogen nog niet de slechte aarde raken. Een kind zal ook nooit gestraft worden. Immers in dat geval verdrijft men de ziel uit het lichaam en dat zal onheil brengen in de familie. Zelden hoort men Balinese kinderen luid schreeuwen of huilen. Zelden zal men kinderen zien zeuren, kibbelen, vechten of in woede uitbarsten. Ze hebben een aangeboren welopgevoedheid.
De meeste Balinese families maken nog gebruik van een traditionele keuken, afgezonderd van het woongedeelte. De keuken ligt gedeeltelijk in de open lucht en de gerechten worden meestal op houtvuur bereid.
De Balinese vrouw heeft en betere sociale positie dan andere Oosterse vrouwen, maar toch is haar leven zwaar. Zij doet het huishouden, helpt op het land, vervaardigt offers voor de goden en metselt en bouwt de huizen.
Sommige boeren bezitten waterbuffels, die het zware werk in de rijstvelden verrichten. Na hun arbeid worden ze gewassen in hetzelfde water waarin ook de lokale bevolking zich baadt.
Religie beheerst het leven van alledag. Meerdere malen per dag worden offers geplaatst. Deze `canangs` bestaan uit rijst, stukjes fruit en bloemen. Deze aardse producten worden gelegd op een bedje van kunstig gevlochten palmbladeren.
Je ontkomt er niet aan om af en toe een bezoek te brengen aan de vele tropische stranden van Bali. Ze zijn niet allemaal even mooi, maar ze hebben wel charme, je vindt er rust. En als je wilt kun je je ter plaatse laten verwennen door een van de vele oudere masseuses. Vlak voor zonsondergang stroomt het strand vol met zowel Balinese mannen, die een partijtje voetbal gaan spelen, als met toeristen die van de zonsondergang willen genieten.