Nusa Penida
Onderstaande foto's geven een goed beeld van Nusa Penida.
Sinds juni 2007 is er een officiële haven in Nusa Penida, Er vaart een ferrie een maal per dag. Kies je voor een lokale boot, dan moeten de laatste meters badend door het water afgelegd worden. De “jukung”, een kleine platte schuit met twee buitenboordmotoren, zorgt voor een pendelverbinding tussen het moedereiland”Bali” en Nusa Penida. De boten vertrekken vanaf Bali in de vroege ochtend vanuit 3 havens (Kusamba, Padangbai en Sanur). De 20 km lange overtocht duurt ongeveer anderhalf uur. Mensen met een blanke huid betalen relatief een hoge prijs (Rp 30.000).
Wanneer de boot op het strand aankomt bij het dorpje Toyapakeh, wacht de “bemo” (lokaal transportbusje) op de passagiers om hen weg te brengen naar Sampalan, de grootste plaats van Nusa Penida (prijs Rp 1000).
Toyapakeh betekent eigenlijk “zout water”. Het is een klein aantrekkelijk kustplaatsje voornamelijk bewoond door vissers en zeewiertelers.
Overnachten kan alleen in losmen “Tenang”, rechts van het strand. Eenvoudige maaltijden vind je in de warungs in de hoofdstraat. Prijzen voor bemovervoer liggen vast. Laat je door de plaatselijke bevolking eerst informeren over de prijs. Betaal met gepast geld, want als buitenlander krijg je geen geld terug. De Indonesiër ziet het restant als fooi.
Vanuit Toyapakeh kun je ook per boot (45 minuten) naar de nog twee kleinere eilandjes, Nusa Ceningan en Nusa Lembongan (Prijs Rp 3000). Ook deze “jukungs” vertrekken alleen in de ochtend bij voldoende passagiers.
Beide eilandjes zijn met name bekend om zijn schitterende duikplaatsen en mooie stranden
De meeste inwoners van Toyapakeh leven van de zeewierteelt. Het is het eetbare zeegras, dat onder de zeespiegel groeit langs de noordwest en noordoostkust. Na het drogen op het strand en langs de straten is het zeegras klaar om geexporteerd te worden naar Hongkong, waar het zowel verwerkt wordt in de voedselindustrie als in de productie van kosmetische artikelen.
Gemiddeld verdient een “zeegrasboer” Rp 200.000 per maand.
Andere hoofdmiddelen van bestaan zijn rijst, vis en groenten. De “Tegelanrijst” groeit in de streek rond Tanglad op droge rijstvelden. Het levert ččn oogst per jaar op, in tegenstelling tot Bali, waar men wel 3 oogsten per jaar kan binnenhalen.
In het binnenland worden veel groenten geteeld, zoals mais, zoete aardappel, cassave, soyabonen en pinda’s. Over het algemeen worden deze producten voor eigen consumptie gebruikt.