Fietsverslag Bali

fietsroute 1

 

vliegveld_denpasar.jpg`HANS VAN LIESHOUT` stond er op een groot stuk karton. Een jongetje van een jaar of 16 hield het bord hoog boven zich uit. Wat een welkom! Na een lange vlucht van meer dan 20 uur ben je dan ineens in een andere wereld en dan staat er nog iemand op ons (mijn vrouw en ik) te wachten. Het is toch allemaal gelukt. Vanuit Nederland via internet een eenvoudig gastverblijf gevonden, dit via e-mails vastgelegd en bovendien geregeld dat er iemand ons kwam ophalen van de luchthaven, inclusief onze bagage en twee fietsen. En dat jongetje dat ons stond op te wachten was onze chauffeur. Later vroeg ik naar zijn leeftijd. Hij zei 18 jaar, maar daar twijfelde ik aan.chauffeur.jpg

Een klein familiehotelletje hadden we geboekt, in Legian, in de meest touristische area van Bali, 15 minuten van de luchthaven. Hier zouden we twee dagen verblijven om vervolgens onze fietstocht te starten en het echte Bali te zien en te voelen. Dit hotelletje zou ook het eindpunt weer zijn van onze fietstocht. Gemakkelijk, want zo konden we alle voor onze fietstocht overbodige spullen achterlaten. `Puri Anggrek` was de naam van dit gastverblijf. Dit betekent orchideen tempel. En inderdaad door de hoeveelheid hoge klimplanten, orchideen en andere bloemen was de bouwstijl van Puri Anggrek nauwelijks meer te zien. Geheel guesthouse_01.jpgopgetrokken in Balinese stijl met dak- en raamversieringen. Het bestond uit twee bouwlagen in een U-vorm gebouwd, erg speels met veel trappetjes en terrassen vol met bloemen. Het restaurantje was later gebouwd, je zag dat aan de boom die midden in het restaurant stond. Zijn stam had het dak doorboord om als een hele mooie bloeiende boom boven het dak te pronken.

Maar dat jongetje had ons heel goed door het drukke linkse verkeer geloosd. Ongeduldig als hij was wroette hij links en rechts over de smalle weg, bomvol met auto`s en vooral met veel stinkende brommertjes. Hij wilde ons supersnel van de luchthaven naar vrouwen.jpghet hotel brengen. Waarom eigenlijk? Wij hadden alle tijd en wilden juist zoveel mogelijk genieten van wat aan ons voorbij gleed: geurende eetstalletjes, exotische bloemenpracht, offerende vrouwen, mannen gekleed volgens de balinese adat (sarong, safari shirt,sierlijke hoofdband), jonge jongens op brommer met sarong en een sepatubloem achter het oor. Later begreep ik, dat die snelheid van hem voortkwam uit een gedienstigheid. Je hoort als Balinees geheel ten dienste te staan voor een buitenlander. En een tourist wil nu eenmaal snel ter plaatse zijn is zijn gedachtengang.

Veel nieuwsgierige jongens en meisjes,kinderen soms wat verlegen, kwamen om ons heen staan, de meisjes op wat afstand, toen wij de fietsen uit de dozen te voorschijn haalden. Wij voelden ons niet echt prettig met zulke dure fietsen, beseffende dat deze luxe voor hen onbereikbaar is. Fietsen zie je hier nauwelijks. Alleen voor toeristen zijn ze soms te huur. Ze heten dan `push-bikes`. Indische mensen laten zich liever vervoeren met een `motor-bike`. Maar deze push-bikes zijn voor de lange hollander eigenlijk te klein en dus zeker niet geschikt om er lange afstanden mee te fietsen.

Bali is heel dichtbevolkt en alle dorpjes liggen heel straat.jpgdicht op elkaar. Dit heeft als als fietser het voordeel, dat je zelf bepaalt hoe lang of kort je de dagafstanden maakt. Elk dorpje heeft meestal wel wat overnachtingsmogelijkheden: de zogenaamde pondok wisata`s, eenvoudige gastenverblijven of bungalows, gewoonlijk gelegen binnen de dorpsgemeenschap. Dit maakt dat je onbewust zeer betrokken bent bij het alledaagse leven van de lokale bevolking. Ongemerkt neem je hun dagritme over, zonder het bezwaarlijk te vinden. Het leven begint al heel vroeg, 6 uur in de ochtend, met het kraaien van de hanen, met het poetsen van het woonerf en met de bereiding van het eten. De rijst wordt immers `s morgens gekookt en daarnasawa_02.jpg bewaard voor de hele dag. Men eet wanneer men trek heeft en meestal niet gezamenlijk, maar in afzondering.

Omdat wij 5 weken de tijd hadden, kozen wij voor dag- afstanden van ongeveer 25 km. Onze route zag er als volgt uit (de genoemde plaatsen zijn tevens onze overnachtings- plaatsen): Legian - Tanah Lot - Mengwi - Ubud - Lebih (strand) - Klungkung - Sidemen - Bebandem - Amlapura - Ujung(strand) - (via Amlapura naar)Tirtanganga - Amed(duiken) - Tulamben(snorkelen) - Sambirenteng - Air Sanih - Lovina(strand) - Seririt - Munduk - Bedugul - Yeh Panas - (via Tabanan naar) Legian.

straat_01.jpgHet familieleven speelt zich af achter de bemoste muren, welke bijna het gehele dorp omzomen. Daarboven uit steken talrijke offertorentjes en huistempels. Langs een snel stroompje zie je de badende meisjes, je ziet hoe vrouwen hun kleding met een borstel en zeep aan het wassen zijn, je ziet hoe anderen weer hun groenten aan het schoonmaken zijn. En dit allemaal in hetzelfde stromende beekje. Verderop zie je naakte kindertjes spelen in het water, dan weer een jongeman,die zijn brommer met shampo aan het wassen is. Even buiten het dorp is een sapi aan het grazen, het slanke balinese koetje, het dier past geheel in de schoonheid van Bali.

ceremony_01a.jpgFietsend naar de volgende desa kom je mooie schrijdende balinese vrouwen tegen, met hun sarongs in de mooiste tinten, met op hun hoofd een torentje van mandjes gevuld met rijst, bloemen en vruchten. Soms kruist je pad een processie, een begrafenisceremonie of kom je plotseling een stoet tegen met prachtig uitgedoste jongeren met bekkens in hun handen en een dansende barong in hun midden (een woeste angstaanjagende, maar beschermende half dier half mens, welke kwade geesten uit het dorp verdrijft).

Rijstboeren in het veld onderbreken hun werk, lakoe.jpgten hun karbouwen stilstaan om ons toe te roepen. De rijstbouw vindt nog steeds op dezelfde wijze plaats als honderd jaar geleden. Landbouwmachines zijn er nog niet, de buffel doet het zware werk. Maar de meeste boeren bewerken hun land nog met de hand. Het land is zeer vruchtbaar. Als op de ene sawah de oogst wordt binnengehaald, plant men op de andere alweer de bibit, de jonge plantjes.

Maar het schouwspel houdt niet op, de eendenhoeder, een statige jongeman met een zelf van palmboomblad gevlochten brede hoed in een punt toelopend heeft in zijnkinderen hand een lange rietpluim, waarmee hij de waggelende eenden bij elkaar houdt. Maar ook de wat oudere mannen die hun haan (het huisdier van de balinees) aan het koesteren zijn is een genot om te zien. Dan komen er weer zingende kindertjes voorbij, keurig in schooluniform. En ook zij roepen naar ons, willen weten waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan.

Je hoeft niet de kunstenaarsdorpen Ubud, Mas, Batubalan e.a. te bezoeken. Het wonderlijke is dat elke balinees naast zijn dagelijks werk een of andere kunst beoefent, of het nu muziek is, dans, schilderen, beeldhouwwerk of houtsnijwerk. houtbewerker.jpgEn het meest wonderlijke is, dat je zelfs op de meest afgelegen desa`s een vorm van kunst ziet, die kan wedijveren met de kunstenaars in de genoemde dorpen. Voor die Balinees is hun handwerk geen kunst, het hoort bij het rituele leven van alledag of het is tijdverdrijf. Daar ter plaatse koop je dan voor een luttel bedrag een prachtige schildering. Maar de kunst zie je ook terug in de talloze offergaven, in het decoreren van het eten of in het versieren van het bordes met bloemen langs de rand.